Hypermobiliteit komt regelmatig voor bij kinderen, een op de vijf tot twaalf kinderen in Nederland heeft in meer of mindere mate hypermobiliteit. Een grote bewegelijkheid in de gewrichten komt veel voor, maar hoeft op zich geen klachten te geven. Klachten die bij hypermobiliteit kunnen voorkomen zijn:


• Pijnklachten

• Instabiliteit van gewrichten

• Struikelen

• Vermoeidheid 

• Moeite met schrijven

• Problemen met sportactiviteiten


Kinderen die heel soepel zijn doen er vaak iets langer over om te gaan zitten, staan en lopen. Dat komt omdat de kinderen die heel soepel zijn een deel van hun motoriek moeten gebruiken om hun soepele benen en armen in balans te houden en zo maar een deel van hun motorische capaciteit overhouden voor de voortbeweging. Dit in tegenstelling tot een kind dat steviger in elkaar zit: deze kan in zijn ontwikkelingsproces bijna al zijn motorische capaciteit voor de voortbeweging gebruiken en leert dus eerder lopen. Onderzoek heeft laten zien dat 32% van de kinderen met hypermobiliteit een forse motorische achterstand heeft in zijn/haar ontwikkeling. Op de lange duur is dat geen probleem.


Wat kan er gedaan worden wanneer een kind hypermobiliteit lijkt te zijn?

De kinderfysiotherapeut kan een scoresysteem op een kind toepassen, zodat de maat en getal hoe soepel een kind is vastgelegd kan worden. Ouders worden voorgelicht hoe de motorische ontwikkeling van hun kind ongeveer zal verlopen. Dat zou anders kunnen zijn dan bij het gemiddelde kind, maar dat zal geen probleem zijn op lange termijn.