Voorbeelden van klachten kunnen zijn:

- Schrijfproblemen

- Houdingsproblematiek

- Tenenlopers

- (Sport) orthopedische klachten

- Onhandige kinderen (DCD)


Wanneer jonge kinderen gaan lopen hebben ze al een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Kinderen die op hun billen schuiven lopen over het algemeen vrij laat, meestal na 18 maanden. Vaak halen zij daarna hun ontwikkeling in. Sommige kinderen vallen aanvankelijk nog regelmatig. Na enkele maanden wordt het lopen steeds stabieler. In deze periode gaan kinderen graag buitenshuis hun omgeving ontdekken. Zo leert het kind ook om te lopen op een andere ondergrond zoals bijvoorbeeld zand of gras. Regelmatig wat verder lopen, veel ervaring opdoen in verschillende speeltuintjes helpen om het kind om sterker en vaardiger te maken. Soms blijven kinderen op hun tenen lopen. Dat hoeft niet erg te zijn. Wanneer het kind echter altijd en hoog op de tenen loopt, kan dit leiden tot spierverkortingen. Schoenadvies kan belangrijk zijn.

Naarmate het kind ouder wordt, wordt het steeds vaardiger en zelfstandiger. Het leert zelfstandig traplopen, springen, rennen, (loop-)fietsen en wordt sneller en behendiger. De motoriek is op deze leeftijd ook sociaal belangrijk. Samen spelen bestaat vaak uit fysieke spelletjes. Ook de handmotoriek wordt steeds meer verfijnd. Zelf eten,  aan- en uitkleden bijvoorbeeld zorgen voor steeds meer zelfstandigheid. Kleuren, tekenen en knutselen zijn vaardigheden die op school een belangrijke plaats innemen en een voorbereiding zijn op de hogere groepen.

Bij verdenking van problemen of een achterstand kunnen wij een motorische observatie en een motorische ontwikkelingstest afnemen. Afhankelijk van het probleem worden aanvullende testen gedaan. Aan de hand daarvan kunnen we samen met de ouders bepalen of behandeling gewenst is. De behandeling gaat spelenderwijs, zodat jouw kind met plezier zijn mogelijkheden en vaardigheden vergroot. Er worden adviezen gegeven, zodat je in de thuissituatie je kind kunt ondersteunen.